Trend winter 2025-2026 'zacht - mild'
De louwmaand zoals januari ook wordt genoemd is inmiddels achter de rug. Het was een winterse maand in onze provincie en in iets mindere mate het Noorden, met behoorlijk wat sneeuw- en vorstdagen. Tussendoor meldde de lente zich al even.
15-17 januari, temidden van sneeuwrestanten, was het al echt zacht en met 10,9º en zonnig weer was het de zeventiende aangenaam toeven buiten.
Bijzonder was in januari, dat de rest van Nederland, zeker het midden en Zuid-Nederland, nauwelijks iets van 'onze' winter heeft meegekregen. Jaloers keken de meteorologen en winterliefhebbers ruim drie weken lang naar de dagelijkse weersvoorspelling voor vooral de provincie Groningen.
Toch, en dat klinkt misschien gek, het was en werd niet echt koud in meteorologische zin. Daar kom ik hieronder op terug.
Ik geef even een samenvatting van de gang van zaken van januari in Ten Boer:
Twee vorstperioden t.w. 2 t/m 12 januari en 19 t/m 31 januari (doorlopend in februari).
Zicht op Garmerwolde - 23 vorstdagen
- - waarvan: 7 ijsdagen
- 12 sneeuwdagen
- Totaal circa 35-38 cm sneeuw (1 mm in de regenmeter is circa 1cm sneeuw).
- Hoogste gemeten sneeuwhoogte: 16 cm op 8 januari.
- Sneeuwjacht-omstandigheden: 9 (de hele dag) en 10 januari. Harde wind, maar van een sneeuwstorm was geen sprake. Wel duinvorming.
- Gesloten sneeuwdek: 14 dagen. Aangetast sneeuwdek: 2 dagen.
- Sneeuw en sneeuwrestanten zichtbaar op 30 dagen.
- Neerslag inclusief regen: 61,8 mm.
- IJzel of lichte ijzel op: 12, 24 en 31 januari.
- Laagste temperatuur 11 januari: -9,2º (matige vorst, normale hoogte) en -10,8º (strenge vorst) op klomphoogte.
- Hoogste temperatuur: 17 januari met 10,9º.
- Schaatsen op natuurijs of ijsbaan was slechts hier en daar een dagje (of twee) mogelijk vanwege slechte kwaliteit i.v.m. dooi en sneeuw.
- Bijzonderheid: Op 19 dagen (!) was het verschil tussen minimum en maximum temperatuur kleiner dan of gelijk aan 3,1º, een zeldzaam groot aantal dagen met een dergelijke kleine 'dagelijkse gang'. De wel aanwezige 'Siberische' kou in Rusland kon maar geen vuist maken richting West-Europa.
Op 2 januari begon vanuit het Noorden met van oorsprong arctische poollucht, maar met een westenwind, Noord-Nederland binnen te stromen. Het vertaalde zich naar zes dagen met veel sneeuw in onze provincie en verder vooral in het Noorden. De rest van Nederland zat er bij en keek er (niet) naar. De buien bleven over het relatief 'warme' Noordzeewater komen en gaan. In meteorologische zin was de sneeuwjacht op 9 januari de climax van die week en naar later bleek ook van de maand. Drie ijsdagen noteerde ik in deze eerste vorstperiode.
2e vorstperiode
Op 12 januari kwam een forse dooi opzetten. Na de piek op 17 januari kwam op 19 januari met lichte vorst in de nacht, en nu via het Zuidoosten, de kou voor de tweede keer binnen. Dit keer niet met veel sneeuw, maar met zonnig en fris weer overdag. De wind waaide vrij stabiel en kwam hoofdzakelijk uit het Zuidoosten.
Even kondigden vele weermodellen langdurige 'diepvrieskou' aan met strenge vorst in de nacht. Dat liep met een sisser af, al hadden vele schaatsliefhebbers het anders gezien. In deze tweede vorstperiode telde ik nog eens 4 ijsdagen. Zes dagen hadden een maximum van nipt boven 0º.
Meteorologisch is het winterjaar (Nov-Mrt) nu ruim over de helft. December kende slechts met Kerst twee koude dagen en was verder zeer zacht. November kende een weekje kou (20-26 november). Van een zeer koude vorstperiode is nog geen sprake geweest. Strenge vorst was er op een enkele plek elders op 11 januari. Het Hellmann-koudegetal (24 -half-uurs-gemiddelde, negatieve dagen opgeteld) staat nu op een schamele 26,2 punt. Dat is classificatie 'zacht'. Hierna komt eerst nog 'mild', pas bij > 100pt 'koud'.
Februari-Maart moeten erg hun best doen qua kou als we deze winter als 'koud' willen gaan bestempelen. Februari 1929, de koudste februarimaand in de 'Eelde;-geschiedenis, is een goed voorbeeld. Met gemiddeld -7,1º en ruim 200 (in één maand!) Hellmann-punten kom je dan zelfs in categorie 'zeer koud' terecht.
Tweede bijzonderheid - KNMI; 'Laagvlakte-kou-effect'
Een tweede bijzonderheid afgelopen maand was dus dat de grens tussen vorst en door zo lang over Noord- en Midden-Nederland heeft gelegen. In Duitsland wordt dit met een mooi woord 'Luftmassengrenze (LMG)' genoemd. Ik heb dit fenomeen, dat de kou zich handhaaft in Noord-Nederland of onze provincie, inmiddels al vele keren meegemaakt. Daar moet een verklaring voor zijn, denk je dan.
Daarom heb ik dit onlangs aangekaart bij het KNMI. Het verdient vanwege de frequentie een weer-naam in mijn ogen. Eén van de redenen is namelijk dat de koude lucht uit het Oosten in de winter over de Poolse en Noord-Duitse laagvlakten vrijwel ongehinderd door natuurlijke obstakels richting onze regio's kan opstomen. Vaak komt ze ook binnen met een straffe doorstaande koude Oostenwind. Eén en ander zorgt ervoor dat dooifronten uit het Zuiden of Westen met grote regelmaat niet naar het Noorden kunnen doorstomen. De kou weet gewoon van wijken.
Een Duitse meteoroloog, Kai Zorn, bevestigde dit min of meer ook afgelopen zaterdag. De berg- en heuvelgebieden in Polen, Duitsland en ook Tsjechië blokkeren inderdaad de goede doorstroming van deze koude lucht naar de rest van Duitsland en Nederland.
In de USA hebben ze het 'lake snow effect' (enorme sneeuwval vanwege koude lucht over de meren daar) en het verschijnsel kan hier dus gerust 'laagvlakte-kou-effect' genoemd worden, omdat het vaak specifiek richting de Noordelijke regio's van Nederland gaat. Ze hebben nog niet gereageerd. Wordt vervolgd.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten